Soera 15 • 99 Verzen • Mekkaans

الحجر

Al-Hijr

The Rocky Tract

بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَٰنِ الرَّحِيمِ

Vers 1 van 99

1

الٓر ۚ تِلْكَ ءَايَـٰتُ ٱلْكِتَـٰبِ وَقُرْءَانٍ مُّبِينٍ﴿1

Alif Lam Ra. Dit zijn Verzen van het Boek, en een duidelijke Koran.

Vertaling: Sofian S. Siregar

2

رُّبَمَا يَوَدُّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لَوْ كَانُوا۟ مُسْلِمِينَ﴿2

Misschien zullen degenen die ongelovig zijn wensen dat zij Moslims waren.

Vertaling: Sofian S. Siregar

3

ذَرْهُمْ يَأْكُلُوا۟ وَيَتَمَتَّعُوا۟ وَيُلْهِهِمُ ٱلْأَمَلُ ۖ فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ﴿3

Lad hen eten en zich vermaken en worden afgeleid door de (valse) hoop, later ze zullen (het) weten.

Vertaling: Sofian S. Siregar

4

وَمَآ أَهْلَكْنَا مِن قَرْيَةٍ إِلَّا وَلَهَا كِتَابٌ مَّعْلُومٌ﴿4

En Wij hebben nooit een stad vernietigd, behalve op een vastgestelde tijdstip.

Vertaling: Sofian S. Siregar

5

مَّا تَسْبِقُ مِنْ أُمَّةٍ أَجَلَهَا وَمَا يَسْتَـْٔخِرُونَ﴿5

Er is geen gemeenschap die haar tijdstip kan verhaasten of vertragen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

6

وَقَالُوا۟ يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِى نُزِّلَ عَلَيْهِ ٱلذِّكْرُ إِنَّكَ لَمَجْنُونٌ﴿6

Zij zeiden: "O jij, aan wie de vermaning (Koran) is neergezonden: voorwaar, jij bent zeker bezeten.

Vertaling: Sofian S. Siregar

7

لَّوْ مَا تَأْتِينَا بِٱلْمَلَـٰٓئِكَةِ إِن كُنتَ مِنَ ٱلصَّـٰدِقِينَ﴿7

Waarom heb jij de Engelen niet naar ons gebracht, als jij tot de waarachtigen behoort?"'

Vertaling: Sofian S. Siregar

8

مَا نُنَزِّلُ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةَ إِلَّا بِٱلْحَقِّ وَمَا كَانُوٓا۟ إِذًا مُّنظَرِينَ﴿8

Wij sturen de Engelen niet, behalve met de Waarheid. En zij zouden dan geen uitstel (van hun bestraffing) hebben gekregen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

9

إِنَّا نَحْنُ نَزَّلْنَا ٱلذِّكْرَ وَإِنَّا لَهُۥ لَحَـٰفِظُونَ﴿9

Voorwaar, Wij zijn het Die de Vermaning (de Koran) hebben neergezonden. En voorwaar, Wij zijn daarover zeker de Wakers.

Vertaling: Sofian S. Siregar

10

وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا مِن قَبْلِكَ فِى شِيَعِ ٱلْأَوَّلِينَ﴿10

En voorzeker, Wij hebben (Boodschappers) voor jou gezonden naar de vroegere volkeren.

Vertaling: Sofian S. Siregar

11

وَمَا يَأْتِيهِم مِّن رَّسُولٍ إِلَّا كَانُوا۟ بِهِۦ يَسْتَهْزِءُونَ﴿11

En er kwam nooit een Boodschapper tot hen of zij dreven de spot met hen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

12

كَذَٰلِكَ نَسْلُكُهُۥ فِى قُلُوبِ ٱلْمُجْرِمِينَ﴿12

Op deze wijze doen wij het (ongeloof) in de harten van de misdadigers binnengaan.

Vertaling: Sofian S. Siregar

13

لَا يُؤْمِنُونَ بِهِۦ ۖ وَقَدْ خَلَتْ سُنَّةُ ٱلْأَوَّلِينَ﴿13

Zij geloven er niet in, hoewel de gebruikelijke handelwijze (de bestraffing van Allah) van de vroegeren wazlijk heeft plaatsgevonden.

Vertaling: Sofian S. Siregar

14

وَلَوْ فَتَحْنَا عَلَيْهِم بَابًا مِّنَ ٱلسَّمَآءِ فَظَلُّوا۟ فِيهِ يَعْرُجُونَ﴿14

En als Wij voor hen een poort van de hemel zouden openen, wardoor zij dan zouden kunnen blijven opstijgen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

15

لَقَالُوٓا۟ إِنَّمَا سُكِّرَتْ أَبْصَـٰرُنَا بَلْ نَحْنُ قَوْمٌ مَّسْحُورُونَ﴿15

(Dan) zouden zij zeker zeggen: "Voorwaar, ons gezichtsvermogen is beneveld; wij zijn zelfs een betoverd volk."

Vertaling: Sofian S. Siregar

16

وَلَقَدْ جَعَلْنَا فِى ٱلسَّمَآءِ بُرُوجًا وَزَيَّنَّـٰهَا لِلنَّـٰظِرِينَ﴿16

En voorzeker, Wij hebben in de hemel sterrenstelsels aangebracht en Wij hebben haar versierd voor de aanschouwers.

Vertaling: Sofian S. Siregar

17

وَحَفِظْنَـٰهَا مِن كُلِّ شَيْطَـٰنٍ رَّجِيمٍ﴿17

En Wij hebben haar bewaakt tegen elke vervloekte Satan.

Vertaling: Sofian S. Siregar

18

إِلَّا مَنِ ٱسْتَرَقَ ٱلسَّمْعَ فَأَتْبَعَهُۥ شِهَابٌ مُّبِينٌ﴿18

Behalve degene die (de Satan) heeft afgeluisterd, dan achtervolgd wordt door een heldere vlam.

Vertaling: Sofian S. Siregar

19

وَٱلْأَرْضَ مَدَدْنَـٰهَا وَأَلْقَيْنَا فِيهَا رَوَٰسِىَ وَأَنۢبَتْنَا فِيهَا مِن كُلِّ شَىْءٍ مَّوْزُونٍ﴿19

En Wij hebben de aarde uitgestrekt en Wij hebben daarop bergen geplaatst en Wij hebben daarop van alles doen groeien volgens een evenwichte maat.

Vertaling: Sofian S. Siregar

20

وَجَعَلْنَا لَكُمْ فِيهَا مَعَـٰيِشَ وَمَن لَّسْتُمْ لَهُۥ بِرَٰزِقِينَ﴿20

En Wij hebben voor jullie daar levensonderhoud gemaakt, (ook voor) degene voor wie jullie niet de voorzieners zijn.

Vertaling: Sofian S. Siregar

21

وَإِن مِّن شَىْءٍ إِلَّا عِندَنَا خَزَآئِنُهُۥ وَمَا نُنَزِّلُهُۥٓ إِلَّا بِقَدَرٍ مَّعْلُومٍ﴿21

Er is geen ding waarvan de schatten niet bij Ons zijn, en Wij zenden deze slechts volgens een vastgestelde maatgeving neer.

Vertaling: Sofian S. Siregar

22

وَأَرْسَلْنَا ٱلرِّيَـٰحَ لَوَٰقِحَ فَأَنزَلْنَا مِنَ ٱلسَّمَآءِ مَآءً فَأَسْقَيْنَـٰكُمُوهُ وَمَآ أَنتُمْ لَهُۥ بِخَـٰزِنِينَ﴿22

En Wij hebben de winden gezonden als bestuivers en Wij hebben regen neergezonden uit de hemel, waarmee wij jullie te drinken geven. En jullie zijn daar niet de bewaarders van.

Vertaling: Sofian S. Siregar

23

وَإِنَّا لَنَحْنُ نُحْىِۦ وَنُمِيتُ وَنَحْنُ ٱلْوَٰرِثُونَ﴿23

Voorwaar, Wij zijn het Die doen leven en doen sterven. En Wij zijn de erfgenamen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

24

وَلَقَدْ عَلِمْنَا ٱلْمُسْتَقْدِمِينَ مِنكُمْ وَلَقَدْ عَلِمْنَا ٱلْمُسْتَـْٔخِرِينَ﴿24

En voorzeker, Wij kennen de mensen die jullie zijn voorgegaan (in de dood). En voorzeker, Wij kennen de achterblijvers.

Vertaling: Sofian S. Siregar

25

وَإِنَّ رَبَّكَ هُوَ يَحْشُرُهُمْ ۚ إِنَّهُۥ حَكِيمٌ عَلِيمٌ﴿25

En voorwaar, jouw Heer is het Die hen verzamelt. Voorwaar, Hij is Alwijs, Alwetend.

Vertaling: Sofian S. Siregar

26

وَلَقَدْ خَلَقْنَا ٱلْإِنسَـٰنَ مِن صَلْصَـٰلٍ مِّنْ حَمَإٍ مَّسْنُونٍ﴿26

En voorzeker, Wij hebben de mens (Adam) geschapen uit klei, van zwart slijk gevormd.

Vertaling: Sofian S. Siregar

27

وَٱلْجَآنَّ خَلَقْنَـٰهُ مِن قَبْلُ مِن نَّارِ ٱلسَّمُومِ﴿27

En Wij hebben daarvoor de Djinn's geschapen uit een gloeiend vuur.

Vertaling: Sofian S. Siregar

28

وَإِذْ قَالَ رَبُّكَ لِلْمَلَـٰٓئِكَةِ إِنِّى خَـٰلِقٌۢ بَشَرًا مِّن صَلْصَـٰلٍ مِّنْ حَمَإٍ مَّسْنُونٍ﴿28

(Gedenkt) toen jouw Heer tot de Engelen zei: "Voorwaar, Ik zal een mens scheppen van klei, uit zwart slijk gevormd."

Vertaling: Sofian S. Siregar

29

فَإِذَا سَوَّيْتُهُۥ وَنَفَخْتُ فِيهِ مِن رُّوحِى فَقَعُوا۟ لَهُۥ سَـٰجِدِينَ﴿29

Toen Ik hem vervolmaakt had en Mijn (geschapen) Geest erin geblazen had, toen knielden zij (de Engelen) voor hem.

Vertaling: Sofian S. Siregar

30

فَسَجَدَ ٱلْمَلَـٰٓئِكَةُ كُلُّهُمْ أَجْمَعُونَ﴿30

Toen knielden de Engelen allen gezamenlijk.

Vertaling: Sofian S. Siregar

31

إِلَّآ إِبْلِيسَ أَبَىٰٓ أَن يَكُونَ مَعَ ٱلسَّـٰجِدِينَ﴿31

Behalve Iblis, bij weigerde te behoren tot de knielenden.

Vertaling: Sofian S. Siregar

32

قَالَ يَـٰٓإِبْلِيسُ مَا لَكَ أَلَّا تَكُونَ مَعَ ٱلسَّـٰجِدِينَ﴿32

Hij (Allah) zei: "O Iblis, wat is er met jou dat jij niet bij de knielenden behoort?"

Vertaling: Sofian S. Siregar

33

قَالَ لَمْ أَكُن لِّأَسْجُدَ لِبَشَرٍ خَلَقْتَهُۥ مِن صَلْصَـٰلٍ مِّنْ حَمَإٍ مَّسْنُونٍ﴿33

Hij (Iblis) zei: "Ik zal niet knielen voor een mens die U heeft geschapen uit klei, uit zwarte slijk gevormd."

Vertaling: Sofian S. Siregar

34

قَالَ فَٱخْرُجْ مِنْهَا فَإِنَّكَ رَجِيمٌ﴿34

Hij (Allah) zei: "Ga eruit (het Paradijs), voor- waar, jij bent een vervloekte!

Vertaling: Sofian S. Siregar

35

وَإِنَّ عَلَيْكَ ٱللَّعْنَةَ إِلَىٰ يَوْمِ ٱلدِّينِ﴿35

En voorwaar, de vervloeking rust op jou tot aan de Dag des Oordeels."

Vertaling: Sofian S. Siregar

36

قَالَ رَبِّ فَأَنظِرْنِىٓ إِلَىٰ يَوْمِ يُبْعَثُونَ﴿36

Hij (Iblis) zei: "Mijn Heer, schenk mij dan uitstel tot de Dag waarop zij zullen worden opgewekt."

Vertaling: Sofian S. Siregar

37

قَالَ فَإِنَّكَ مِنَ ٱلْمُنظَرِينَ﴿37

Hij (Allah) zei: "Voorwaar, jij behoort tot degenen die uitdel kregen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

38

إِلَىٰ يَوْمِ ٱلْوَقْتِ ٱلْمَعْلُومِ﴿38

Tot de Dag van het vastgestelde tijdstip."

Vertaling: Sofian S. Siregar

39

قَالَ رَبِّ بِمَآ أَغْوَيْتَنِى لَأُزَيِّنَنَّ لَهُمْ فِى ٱلْأَرْضِ وَلَأُغْوِيَنَّهُمْ أَجْمَعِينَ﴿39

Hij (Iblis) zei. "Mijn Heer, omdat U mij heeft doen dwalen, zal ik voor ben (hun slechte daden) zeker schoonschijnend maken op de aarde, en ik zal hen zeker allen doen dwalen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

40

إِلَّا عِبَادَكَ مِنْهُمُ ٱلْمُخْلَصِينَ﴿40

Behalve Uw dienaren, onder hen die oprecht zijn."

Vertaling: Sofian S. Siregar

41

قَالَ هَـٰذَا صِرَٰطٌ عَلَىَّ مُسْتَقِيمٌ﴿41

Hij (Allah) zei: "Dit is een recht Pad, op Mij rust (het waken erover).

Vertaling: Sofian S. Siregar

42

إِنَّ عِبَادِى لَيْسَ لَكَ عَلَيْهِمْ سُلْطَـٰنٌ إِلَّا مَنِ ٱتَّبَعَكَ مِنَ ٱلْغَاوِينَ﴿42

Voorwaar, jij hebt geen macht over Mijn dienaren, behalve (over) degene die jou volgt van de dwalenden."

Vertaling: Sofian S. Siregar

43

وَإِنَّ جَهَنَّمَ لَمَوْعِدُهُمْ أَجْمَعِينَ﴿43

En voorwaar, de Het is aan hen allen zeker toegezegd.

Vertaling: Sofian S. Siregar

44

لَهَا سَبْعَةُ أَبْوَٰبٍ لِّكُلِّ بَابٍ مِّنْهُمْ جُزْءٌ مَّقْسُومٌ﴿44

Zij heeft zeven poorten. Aan iedere poort is een deel van hen toegewezen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

45

إِنَّ ٱلْمُتَّقِينَ فِى جَنَّـٰتٍ وَعُيُونٍ﴿45

Voorwaar, de Moettaqoen zullen in de Tuinen (het Paradijs) en bij bronnen vertoeven.

Vertaling: Sofian S. Siregar

46

ٱدْخُلُوهَا بِسَلَـٰمٍ ءَامِنِينَ﴿46

(Tegen hen wordt gezegd:) "Treedt deze binnen in vrede en veiligheid."

Vertaling: Sofian S. Siregar

47

وَنَزَعْنَا مَا فِى صُدُورِهِم مِّنْ غِلٍّ إِخْوَٰنًا عَلَىٰ سُرُرٍ مُّتَقَـٰبِلِينَ﴿47

En Wij nemen weg wat er in hun harten aan wrok is, (zij zijn daarin) als broeders, op rustbanken zitten zij tegenover elkaar.

Vertaling: Sofian S. Siregar

48

لَا يَمَسُّهُمْ فِيهَا نَصَبٌ وَمَا هُم مِّنْهَا بِمُخْرَجِينَ﴿48

Daarin raakt hen geen vermoeidheid en zij worden daaruit niet verdreven.

Vertaling: Sofian S. Siregar

49

۞ نَبِّئْ عِبَادِىٓ أَنِّىٓ أَنَا ٱلْغَفُورُ ٱلرَّحِيمُ﴿49

Bericht mijn dienaren (O Moehammad:) "Voorwaar, ik ben de Vergevensgezinde, de meest Barmhartige.

Vertaling: Sofian S. Siregar

50

وَأَنَّ عَذَابِى هُوَ ٱلْعَذَابُ ٱلْأَلِيمُ﴿50

En dat Mijn bestraffing een pijnlijke bestraffing is."

Vertaling: Sofian S. Siregar

51

وَنَبِّئْهُمْ عَن ضَيْفِ إِبْرَٰهِيمَ﴿51

En bericht hun over de gasten van Ibrâhîm.

Vertaling: Sofian S. Siregar

52

إِذْ دَخَلُوا۟ عَلَيْهِ فَقَالُوا۟ سَلَـٰمًا قَالَ إِنَّا مِنكُمْ وَجِلُونَ﴿52

Toen zij bij hem binnenkwamen, zeiden zij: "Salam." (Vrede) Ibrâhîm zei: "Voorwaar, wij zijn bang voor jullie."

Vertaling: Sofian S. Siregar

53

قَالُوا۟ لَا تَوْجَلْ إِنَّا نُبَشِّرُكَ بِغُلَـٰمٍ عَلِيمٍ﴿53

Zij zeiden: "Wees niet bang. Voorwaar, wij geven jou een verheugende tijding over (de geboorte van) een jongen, die kennis bezit."

Vertaling: Sofian S. Siregar

54

قَالَ أَبَشَّرْتُمُونِى عَلَىٰٓ أَن مَّسَّنِىَ ٱلْكِبَرُ فَبِمَ تُبَشِّرُونَ﴿54

Hij (Ibrâhîm) zei: "Geven jullie mij een verheugende tijding, terwijl de ouderdom mij heeft bereikt? Waarover geven jullie mij dan een verheugende tijding?"

Vertaling: Sofian S. Siregar

55

قَالُوا۟ بَشَّرْنَـٰكَ بِٱلْحَقِّ فَلَا تَكُن مِّنَ ٱلْقَـٰنِطِينَ﴿55

Zij zeiden: "Wij hebben jou in waarheid een verheugende tijding gegeven, behoor daarom niet tot de wanhopigen."

Vertaling: Sofian S. Siregar

56

قَالَ وَمَن يَقْنَطُ مِن رَّحْمَةِ رَبِّهِۦٓ إِلَّا ٱلضَّآلُّونَ﴿56

Hij (Ibrâhîm) zei: "Niemand wanhoopt aan de Barmhartigheid van zijn Heer dan de dwalenden."

Vertaling: Sofian S. Siregar

57

قَالَ فَمَا خَطْبُكُمْ أَيُّهَا ٱلْمُرْسَلُونَ﴿57

Hij (Ibrâhîm) zei: "Wat is jullie zaak, O, gezanten?"

Vertaling: Sofian S. Siregar

58

قَالُوٓا۟ إِنَّآ أُرْسِلْنَآ إِلَىٰ قَوْمٍ مُّجْرِمِينَ﴿58

Zij (de Engelen) zeiden: "Voorwaar, wij zijn gezonden tot een misdadig volk.

Vertaling: Sofian S. Siregar

59

إِلَّآ ءَالَ لُوطٍ إِنَّا لَمُنَجُّوهُمْ أَجْمَعِينَ﴿59

Uitgezonderd de volgelingen van Loeth. Voorwaar, wij zullen hen (in opdracht van Allah) zeker allen redden.

Vertaling: Sofian S. Siregar

60

إِلَّا ٱمْرَأَتَهُۥ قَدَّرْنَآ ۙ إِنَّهَا لَمِنَ ٱلْغَـٰبِرِينَ﴿60

Behalve zijn vrouw, wij hebben besloten dat zij tot de achterblijversi zal behoren."

Vertaling: Sofian S. Siregar

61

فَلَمَّا جَآءَ ءَالَ لُوطٍ ٱلْمُرْسَلُونَ﴿61

En toen de gezanten tot de volgelingen van Loeth kwamen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

62

قَالَ إِنَّكُمْ قَوْمٌ مُّنكَرُونَ﴿62

Hij (Loeth) zei: "Jullie zijn een onbekend volk."

Vertaling: Sofian S. Siregar

63

قَالُوا۟ بَلْ جِئْنَـٰكَ بِمَا كَانُوا۟ فِيهِ يَمْتَرُونَ﴿63

De gezanten (de Engelen) zeiden: "Eigenlijk zijn wij tot jou gekomen, met dat waarover zij plachten te twijfelen (de bestraffing).

Vertaling: Sofian S. Siregar

64

وَأَتَيْنَـٰكَ بِٱلْحَقِّ وَإِنَّا لَصَـٰدِقُونَ﴿64

En wij zijn tot jou gekomen met de Waarheid. En voorwaar, wij zijn zeker waarachtigen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

65

فَأَسْرِ بِأَهْلِكَ بِقِطْعٍ مِّنَ ٱلَّيْلِ وَٱتَّبِعْ أَدْبَـٰرَهُمْ وَلَا يَلْتَفِتْ مِنكُمْ أَحَدٌ وَٱمْضُوا۟ حَيْثُ تُؤْمَرُونَ﴿65

Dus vertrek daarom met jouw familie in het laatste gedeelte van de nacht. En volg achter hen (jouw familie) en laat niemand van jullie omkijken en vervolg (de reis) zoals jullie bevolen is."

Vertaling: Sofian S. Siregar

66

وَقَضَيْنَآ إِلَيْهِ ذَٰلِكَ ٱلْأَمْرَ أَنَّ دَابِرَ هَـٰٓؤُلَآءِ مَقْطُوعٌ مُّصْبِحِينَ﴿66

En Wij openbaarden aan hem (Loeth) die zaak: dat zij in de ochtend zullen worden uitgeroeid.

Vertaling: Sofian S. Siregar

67

وَجَآءَ أَهْلُ ٱلْمَدِينَةِ يَسْتَبْشِرُونَ﴿67

En de bewoners van de stad (Sodom) verheugden zich.

Vertaling: Sofian S. Siregar

68

قَالَ إِنَّ هَـٰٓؤُلَآءِ ضَيْفِى فَلَا تَفْضَحُونِ﴿68

Hij (Loeth) zei: "Voorwaar, dit zijn mijn gasten; maakt mij dus niet te schande.

Vertaling: Sofian S. Siregar

69

وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَلَا تُخْزُونِ﴿69

En vreest Allah en vernedert mij niet."

Vertaling: Sofian S. Siregar

70

قَالُوٓا۟ أَوَلَمْ نَنْهَكَ عَنِ ٱلْعَـٰلَمِينَ﴿70

Zij zeiden: "Hebben wij jou niet verboden (over ons te praten) tegen de mensen?"

Vertaling: Sofian S. Siregar

71

قَالَ هَـٰٓؤُلَآءِ بَنَاتِىٓ إِن كُنتُمْ فَـٰعِلِينَ﴿71

Ilij (Loeth) zei: "Dit zijn mijn dochters (vrouwen uit mijn volk), als jullie (iets op toegestane wijze willen) doen."

Vertaling: Sofian S. Siregar

72

لَعَمْرُكَ إِنَّهُمْ لَفِى سَكْرَتِهِمْ يَعْمَهُونَ﴿72

Bij jouw leven (O Moehammad): voorwaar, zij verkeren onrustig in hun dwaling.

Vertaling: Sofian S. Siregar

73

فَأَخَذَتْهُمُ ٱلصَّيْحَةُ مُشْرِقِينَ﴿73

Toen trof de donderslag hen bij zonsopgang.

Vertaling: Sofian S. Siregar

74

فَجَعَلْنَا عَـٰلِيَهَا سَافِلَهَا وَأَمْطَرْنَا عَلَيْهِمْ حِجَارَةً مِّن سِجِّيلٍ﴿74

Toen keerden Wij haar (de stad) ondersteboven en deden Wij op hen stenen van harde klei neerkomen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

75

إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَـَٔايَـٰتٍ لِّلْمُتَوَسِّمِينَ﴿75

Voorwaar, daarin zijn zeker Tekenen voor degenen die er lering uit trekken.

Vertaling: Sofian S. Siregar

76

وَإِنَّهَا لَبِسَبِيلٍ مُّقِيمٍ﴿76

En voorwaar, zij (de stad) ligt aan een (nog) bestaande weg.

Vertaling: Sofian S. Siregar

77

إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَـَٔايَةً لِّلْمُؤْمِنِينَ﴿77

En voorwaar, daarin is zeker een Teken voor de gelovigen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

78

وَإِن كَانَ أَصْحَـٰبُ ٱلْأَيْكَةِ لَظَـٰلِمِينَ﴿78

en voorwaar, de bewoners van Aikah waren zeker onrechtplegers.

Vertaling: Sofian S. Siregar

79

فَٱنتَقَمْنَا مِنْهُمْ وَإِنَّهُمَا لَبِإِمَامٍ مُّبِينٍ﴿79

Toen hebben Wij hen vernietigd. En voorwaar, de beide steden liggen aan een duidelijke weg.

Vertaling: Sofian S. Siregar

80

وَلَقَدْ كَذَّبَ أَصْحَـٰبُ ٱلْحِجْرِ ٱلْمُرْسَلِينَ﴿80

En voorzeker, de bewoners van Hidjr loochenden de Boodschappers.

Vertaling: Sofian S. Siregar

81

وَءَاتَيْنَـٰهُمْ ءَايَـٰتِنَا فَكَانُوا۟ عَنْهَا مُعْرِضِينَ﴿81

En Wij hebben ben Onze Tekenen gegeven, maar zij plachten zich daarvan af te wenden.

Vertaling: Sofian S. Siregar

82

وَكَانُوا۟ يَنْحِتُونَ مِنَ ٱلْجِبَالِ بُيُوتًا ءَامِنِينَ﴿82

En zij hieuwen de rotsen uit tot veilige woningen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

83

فَأَخَذَتْهُمُ ٱلصَّيْحَةُ مُصْبِحِينَ﴿83

Toen trof de donderslag hen in de ochtend.

Vertaling: Sofian S. Siregar

84

فَمَآ أَغْنَىٰ عَنْهُم مَّا كَانُوا۟ يَكْسِبُونَ﴿84

Toen baatte wat zij plachten te verrichten hen niet.

Vertaling: Sofian S. Siregar

85

وَمَا خَلَقْنَا ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ وَمَا بَيْنَهُمَآ إِلَّا بِٱلْحَقِّ ۗ وَإِنَّ ٱلسَّاعَةَ لَـَٔاتِيَةٌ ۖ فَٱصْفَحِ ٱلصَّفْحَ ٱلْجَمِيلَ﴿85

En Wij hebben de hemelen en de aarde en wat er tussen is niet geschapen behalve met de Waarheid. En voorwaar, het Uur zal zeker komen, geeft daarom em passende kwijtschelding.

Vertaling: Sofian S. Siregar

86

إِنَّ رَبَّكَ هُوَ ٱلْخَلَّـٰقُ ٱلْعَلِيمُ﴿86

Voorwaar, jouw fleer is de Schepper, de Alwetende.

Vertaling: Sofian S. Siregar

87

وَلَقَدْ ءَاتَيْنَـٰكَ سَبْعًا مِّنَ ٱلْمَثَانِى وَٱلْقُرْءَانَ ٱلْعَظِيمَ﴿87

En voorzeker, Wij hebben jou de zeven vaak herhaalde (Verzen) gegeven en de geweldige Koran.

Vertaling: Sofian S. Siregar

88

لَا تَمُدَّنَّ عَيْنَيْكَ إِلَىٰ مَا مَتَّعْنَا بِهِۦٓ أَزْوَٰجًا مِّنْهُمْ وَلَا تَحْزَنْ عَلَيْهِمْ وَٱخْفِضْ جَنَاحَكَ لِلْمُؤْمِنِينَ﴿88

Kijk niet verlangend uit naar de genietingen die Wij aan een groep van hen (de ongelovigen) hebben gegeven. En treur niet over hen, en wees nederig tegenover de gelovigen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

89

وَقُلْ إِنِّىٓ أَنَا ٱلنَّذِيرُ ٱلْمُبِينُ﴿89

En zeg (O Moehammad): "Voorwaar, ik ben de duidelijke waarschuwer."

Vertaling: Sofian S. Siregar

90

كَمَآ أَنزَلْنَا عَلَى ٱلْمُقْتَسِمِينَ﴿90

Zoals Wij (de bestraffing) hebben neergezonden naar de verdelers.

Vertaling: Sofian S. Siregar

91

ٱلَّذِينَ جَعَلُوا۟ ٱلْقُرْءَانَ عِضِينَ﴿91

Degenen die de Koran hebben opgedeeld.

Vertaling: Sofian S. Siregar

92

فَوَرَبِّكَ لَنَسْـَٔلَنَّهُمْ أَجْمَعِينَ﴿92

Bij jouw Heer, Wij zullen hen zeker allen ondervragen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

93

عَمَّا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ﴿93

Over wat zij plachten te doen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

94

فَٱصْدَعْ بِمَا تُؤْمَرُ وَأَعْرِضْ عَنِ ٱلْمُشْرِكِينَ﴿94

Verkondig daarom wat bevolen is, en wend je af van de veelgodenaanbidders.

Vertaling: Sofian S. Siregar

95

إِنَّا كَفَيْنَـٰكَ ٱلْمُسْتَهْزِءِينَ﴿95

Voorwaar, Wij hebben jou beschermd (tegen het kwaad) van de spotters.

Vertaling: Sofian S. Siregar

96

ٱلَّذِينَ يَجْعَلُونَ مَعَ ٱللَّهِ إِلَـٰهًا ءَاخَرَ ۚ فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ﴿96

Degenen die naast Allah een andere god plaatsen, later zullen zij (het) te weten komen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

97

وَلَقَدْ نَعْلَمُ أَنَّكَ يَضِيقُ صَدْرُكَ بِمَا يَقُولُونَ﴿97

En voorzeker, Wij weten dat jouw borst benauwd is wegens wat zij zeggen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

98

فَسَبِّحْ بِحَمْدِ رَبِّكَ وَكُن مِّنَ ٱلسَّـٰجِدِينَ﴿98

Heilig daarom jouw Heer met een lofprijzing en behoor tot hen die zich neerknielen.

Vertaling: Sofian S. Siregar

99

وَٱعْبُدْ رَبَّكَ حَتَّىٰ يَأْتِيَكَ ٱلْيَقِينُ﴿99

En aanbid jouw Heer totdat het zekere (de dood) tot jou komt.

Vertaling: Sofian S. Siregar

صَدَقَ اللَّهُ الْعَظِيمُ

Einde van Soera Al-Hijr

Ga naar Volgende Soera